Van passief naar gasvrij

Leendert Meijers over het enthousiasmeren voor energiezuinige woningen

Leestijd: 0 minuten

Geschreven door Leendert Meijers op 10-07-2017

De duurzaamheidslobby blijft toch iedere keer maar weer worstelen met de vraag hoe zij de consument kan enthousiasmeren voor energiezuinige woningen. Ook projectontwikkelaars zoeken in hun marketing naarstig naar een verleidelijke term die inéén klap weergeeft waar het over gaat en die bovendien de verkoop bevordert.

Onverkoopbare termen

Zo werd in het verleden de term ‘passieve’ woning gebruikt, wanneer we het hadden over een superenergiezuinige woning. Toch heeft het woord ‘passief’ niet tot veel enthousiasme onder nieuwbouwkopers geleid. Het klinkt immers niet echt sexy dat je een ‘passieve’ woning hebt laten bouwen. De overheid helpt ook niet echt mee in deze. Al jaren moeten we het doen met een technische, nietszeggende term als de ‘Energie Prestatie Coëfficiënt’ (EPC). Ook niet bepaald verkoopbevorderend. Inmiddels komt daar vanuit de EU-regelgeving een andere richtlijn voor in de plaats: ‘BENG’. BENG staat voor ‘Bijna Energie Neutrale Gebouwen’ en meet de energieprestatie van nieuwbouw op verschillende terreinen. BENG wordt (wettelijke gezien) de nieuwe uitdaging op weg naar 1 januari 2021. Voor de consument zijn het echter opnieuw vooral technische eisen. Het loont niet om dit soort BENG-eisen te vermarkten. Bovendien impliceert de term ‘bijna energieneutraal’ dat het net niet gelukt is allemaal. Er zijn in ieder geval betere opties.

Verwarrende labels

Al iets beter in de communicatie was het verplichte energielabel. De labelklassen voor woningen lopen uiteen van A t/m G, oftewel van weinig naar veel besparingsmogelijkheden. Het verwarrende is dat een A-label overeenkomt met een EPC van 0,8 uit 2008. Om ook lagere EPC’s bij nieuwbouw te kunnen waarderen, is vervolgens besloten plusjes toe te voegen aan het A-label. Op die manier zijn we nu aangeland bij A++++ voor een woning die bijna energieneutraal (BENG) is. Ook EPC-nul zit hier dichtbij in de buurt, maar is toch ook net weer wat anders. Het wordt er allemaal niet duidelijker op.

Direct consumentenvoordeel

Naast duurzaam, energiezuinig en milieuvriendelijk zouden ook wooncomfort en woongenot moeten worden benadrukt in de nieuwbouwbrochures. Bijkomend voordeel voor de consument is dan een lagere energienota of zelfs een energieleverend huis. De bouw- en ontwikkelsector heeft altijd gepleit voor een benadering die de consument direct aanspreekt. Als de energierekening substantieel afneemt, dan begrijpt de consument weer waar het over gaat. Vanuit die optiek zijn nieuwe termen ontstaan als nul-op-de-meter (NOM), (energie)notaloos en energieleverend. Recent hebben we kunnen zien dat een term als ‘gasloos’ het in het publieke debat ook heel goed doet. Er lijkt zich zelfs een soort maatschappelijke consensus te ontwikkelen dat het niet meer van deze tijd is om nieuwbouw (verplicht) aan te sluiten op het gasnet. Maar ja, ‘gasloos’ klinkt nou ook niet echt positief. Misschien door de associatie met ‘werkloos’. De term ‘gasvrij’ lijkt mij dan beter. Als ik zo (gast)vrij mag zijn.