Bestemming onbekend

Leestijd: 0 minuten

Geschreven door Coen van Rooyen op 21-08-2017

Begin augustus werd de BinckBank Tour verreden (voorheen Eneco Tour). De tweede etappe - een tijdrit - leidde de wielrenners door het prachtige Voorburg. Vlak langs het kantoor van NVB. Onder de 218 deelnemers zaten ook grote namen als Tom Dumoulin en Lars Boom. Normaal gesproken gaan dat soort dingen onopgemerkt aan me voorbij, maar dit keer kwam de rit zó dicht langs ons kantoor, dat ik het niet kon negeren. Het zien van deze renners bracht me op de gedachte dat hun uitdaging in veel opzichten lijkt op die van onze sector.

Op 4 juli jongstleden bleek namelijk dat de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen niet was opgewassen tegen de kritische toets van de Eerste Kamer. Demissionair minister Plasterk vroeg de senatoren niet over het wetsvoorstel te stemmen – na een kritische behandeling begreep hij immers al wel wat een stemronde hem zou opleveren. De hete aardappel werd kundig doorgeschoven naar een volgende minister in een volgend kabinet. We zien wel of die het dossier ooit nog van de plank haalt. In diezelfde maand liet demissionair minister Schultz weten dat de eerder zo strak geplande invoeringsdatum van de nieuwe omgevingswet niet zou worden gehaald. De nieuwe geplande invoeringsdatum is niet bekend. De inhoud van praktisch alle nieuwe regels in het toekomstige omgevingsrecht vooralsnog trouwens ook niet.

Schijnbewegingen

Begrijp me goed: ik ben blij met die terugtrekkende bewegingen. Het is geen geheim dat NVB nooit enthousiast werd van de nieuwe aansprakelijkheidsregeling van de Wkb. Ook de mantra ‘eenvoudig beter’ van de Omgevingswet vind ik al jaren te vaag om er iets nuttigs van te vinden. De twee voorbeelden van uitgestelde wetgeving zijn echter symptomatisch voor een groter onderliggend probleem. Grote ambities zonder een duidelijke probleemstelling. Oplossingen verzinnen ter bestrijding van goed klinkende, maar niet écht concreet onderbouwde problemen. Vanzelfsprekend lopen alle belanghebbenden braaf mee – wie kan er immers tegen ‘eenvoudig beter’ of ‘geborgde kwaliteit’ zijn?

Als je te vroeg in de kopgroep zit, is de kans groot dat je krachten te vroeg verspeeld zijn.

Dilemma: kopgroep of peloton?

Maar door dit soort schijnbewegingen van de wetgever wordt onze sector geconfronteerd met het dilemma van de wielrenner. Die weet immers dat als je te vroeg in de kopgroep zit, de kans groot is dat je krachten te vroeg verspeeld zijn en je voor de finish wordt ingehaald door het peloton. Spaar je je krachten, maar sprint je te laat weg van het peloton, dan laten ze je niet meer zonder slag of stoot afstand nemen. Als er echter nooit eens iemand probeert te ontsnappen uit de massa, dan blijft het een saaie en trage wedstrijd. Innoveren voor de groep uit, of niet? Voor ons soort bedrijven is dat een vraag van levensbelang. Onder de noemer ‘experiment’ verzoekt de moderne ambtenaar het bedrijfsleven steeds vaker om forse investeringen te doen in toekomstige wetgeving. Bedrijven die hieraan meewerken doen dat, omdat ze verwachten die investering toch te moeten doen zodra de wet er is. Door dus nu al te experimenteren doen ze alvast ervaring op, waarmee ze hopen een permanente voorsprong te krijgen.

Finishlijn verplaatst

Eén ding hebben we als sector echter niet gemeen met de wielrenners. Hun finish verplaatst namelijk niet halverwege de wedstrijd naar een nog onbekende plek. Als we forse investeringen van de koplopers uit ons bedrijfsleven vragen, moeten we niet vervolgens de finishlijn verplaatsen of zelfs helemaal weghalen. Als we koplopers op die manier in laten halen door het peloton, zullen de waaghalzen eerst weer op krachten moeten komen. Bovendien is het maar de vraag of ze in de volgende etappe weer een ontsnappingspoging zullen doen.