Leestijd: 6 minuten

Missie 2050: Op weg naar een duurzaam Nederland

Leen van Dijke, voorzitter Stroomversnelling

Geschreven door Paula van Dijk op 23 November 2017

Nederland wil in 2050 volledig duurzaam zijn en dat betekent dus ook: geen aardgas meer. Een (bijna) energieneutrale gebouwde omgeving is een maatschappelijke noodzaak geworden. Klimaatdoelstellingen moeten worden gehaald maar ook langer thuis wonen en de noodzaak tot grootschalige renovatie van de woningvoorraad vragen om een Nul op de Meter aanpak.

Leen van Dijke zet zich als voorzitter van Stroomversnelling in om die energietransitie te versnellen, want haast is geboden! Het maatschappelijke draagvlak is, mede door de gasbevingen in Groningen, in een hele korte tijd enorm gekanteld. In zes jaar tijd is de focus in woningbouw van 60 tot 80% energiereductie verschoven naar Nul op de Meter. Het ‘van het gas af gaan’ zal de standaard worden voor nieuwbouw en een opgave betekenen voor de bestaande bouw. Rekening houdend met bestaande netwerken, investeringscapaciteit van mensen, maar zeker ook met de productiecapaciteit van de bouw, maakt dat we volgens Van Dijke heel snel met grote aantallen moeten beginnen, omdat we anders die termijn van 2050 niet zullen halen.

“Energietransitie slaagt alleen als de woonlasten gelijk blijven.”

Verduurzamen woningvoorraad

Een enorme opgave, maar in geval van nieuwbouw nog relatief eenvoudig te realiseren en daarom een ‘no-brainer’ voor Van Dijke. Een grotere uitdaging vindt hij het verduurzamen van de gebouwde omgeving. Er staan in totaal 4,5 miljoen naoorlogse woningen op de nominatie om gerenoveerd te worden. Daar zijn zo’n 3 miljoen huurwoningen bij. Dat stelt de woningcorporaties voor een enorme opgave. “Corporaties moeten zich goed realiseren dat zij hun bezit in pak hem beet 20 jaar tijd van het gas af moeten halen.” Hier ziet hij een belangrijke rol voor de lokale overheid: “Gemeenten zouden in de woonvisies van corporaties moeten vorderen dat zij een plan maken waarin staat hoe zij hun bezit van het gas af willen halen. Dat verplicht ook gemeenten hier zelf een heldere visie op te ontwikkelen.” Van Dijke denkt dat de nieuwe omgevingswet hierbij zal gaan helpen. “Dit dwingt een gemeente na te denken over de vraag hoe de energietransitie in haar gebied vorm moet krijgen. Op het moment dat een corporatie grootschalig gaat renoveren zou een gemeente niet meer moeten accepteren dat er na renovatie nog een gasaansluiting nodig is. Dat betekent dat er een grotere drang van de gemeente uit moet gaan om bij grootschalige renovatie door corporaties toe te werken naar een non-fossiele oplossing voor na de renovatie.”

NOM-ready

Voor kleinschaliger onderhoud en verbouw door particulieren werkt Stroomversnelling aan proposities ‘op weg’ naar een energieneutrale woning. Deze zogenaamde NOM-ready proposities zorgen ervoor dat via een serie behapbare investeringen uiteindelijk een energieneutrale woning wordt bereikt. Van Dijke: “Dat betekent dat als je woningverbetering doet, je bijvoorbeeld geen zonnepanelen op het dak legt, maar het hele dak aanpakt. Zodanig dat je daarop voort kunt bouwen, om uiteindelijk in fases tot een nul-op-de-meter renovatie te komen. Hierdoor doe je geen onnodige investeringen. Zo’n NOM-ready aanpak maakt het traject naar een energieneutrale woning veel eenvoudiger. Dit betekent wel dat er een groter bewustzijn bij mensen moet ontstaan. Wanneer men een ketel moet vervangen moet men gaan bedenken of dat slim is of dat het beter is om na te denken over andere maatregelen. Want dát we van het gas af gaan is zeker.”

Goede bewonerscommunicatie cruciaal

De energietransitie valt of staat volgens Van Dijke met dit sociale aspect. “Op het moment dat bewoners niet overtuigd zijn van de noodzaak en niet de wil hebben om te veranderen of te investeren, dan mondt de renovatieopgave naar non-fossiel uit in een drama. Die sociale opgave is naar mijn mening nog een veel te onderbelicht thema. Bewoners mogen in de communicatie niet worden vergeten! Zij krijgen te maken met een flinke renovatie maar het levert ze zeker ook voordelen op: modern en comfortabel wonen voor dezelfde woonlasten.” Hij gaat ervan uit dat een NOM-woning woonlastenneutraal gerealiseerd moet kunnen worden. Kortom, een beter huis voor hetzelfde geld. Dat dit kán bewezen de reviews die Stroomversnelling onlangs ontving van een project in Heerhugowaard. De bewoners van deze NOM-woningen kregen gemiddeld 500 euro per jaar terug van de energieleverancier, omdat de woning meer energie oplevert dan van tevoren becijferd. Nu wil Van Dijke niet zeggen dat het altijd een woonlastendaling oplevert, maar woonlastenneutraliteit is voor hem wel een sleutelbegrip in de vraag of een energietransitie kansrijk kan zijn.

Passende financieringsmogelijkheden

Om ook de woningen die in particulier eigendom zijn te kunnen verduurzamen, is het noodzakelijk dat particulieren toegang krijgen tot passende financieringsmogelijkheden. “Die zijn er op dit moment nog niet”, erkent Leen van Dijke. “De bank heeft wel hypotheken, maar een belangrijk deel van de bevolking kan deze niet verkrijgen om de eigen woning naar non-fossiel te renoveren.” Stroomversnelling onderzoekt daarom de mogelijkheid voor een objectgebonden financieringsoplossing. “Dit houdt in dat de bewoner de NOM-renovatie niet zelf bekostigt, maar deze als dienst afneemt bij bijvoorbeeld de energieleverancier. Bij verhuizing gaat de betalingsverplichting over naar de volgende bewoner. Helaas is er op dit gebied nog te weinig voortgang geboekt gelet op de urgentie om ook particulieren mee te krijgen in de overgang naar een nul-op-de-meter woning. Gelukkig biedt het nieuwe regeerakkoord uitzicht dat hierin nu meters gemaakt kunnen worden. Verder ben ik in principe niet voor grootschalige subsidiëring, maar in de aanloop daar naartoe kan een zekere mate van subsidie het wel op gang helpen. Hierbij moet men wel het perspectief van ‘het zichzelf kunnen bedruipen’ voor ogen blijven houden.”

Druk op de bouwsector

De politiek-maatschappelijke druk op de bouwsector om kwalitatieve producten te leveren tegen een aanvaardbare kostprijs zal door bovengenoemde ontwikkelingen toenemen. Het antwoord hierop ziet Van Dijke in industrialisatie. “Door te standaardiseren kan er een gigantische kostprijsdaling plaatsvinden en tegelijkertijd een kwaliteitsverbetering. Dan heb je geen subsidie nodig.” Bouwpartijen die daar niet snel op anticiperen zullen volgens Van Dijke heel snel naar de marge van de sector worden teruggedrongen. “Het is belangrijk dat de sector snapt wat de samenleving van ze verlangt en dat ze zich inspant om aan die vraag te voldoen. Bouwbedrijven zullen opnieuw na moeten denken over hun rol en of ze de competenties die hierbij horen wel in huis hebben. En zo niet, wat ze moeten investeren om personeel competent te maken in de opgave die morgen op hen wacht. Langs alle kanten zal er meer opdruk ontstaan om daarin verdergaande keuzes te maken dan je tot voor kort voor mogelijk had gehouden.”

Het maatschappelijk belang is altijd de persoonlijke drijfveer geweest van Leen van Dijke. Toen hij politicus was voor de ChristenUnie, in zijn tijd bij VolkerWessels en ook nu als voorzitter van Stroomversnelling. Hoe kan ik bijdragen aan een betere samenleving en een gezond milieu? Bedrijven zouden zich dezelfde vraag moeten stellen vindt hij. Want een bouwer is er niet alleen om stenen te stapelen. Het gaat om het creëren van een duurzame woonomgeving. Dan dragen we allemaal ons steentje bij om de doelstelling van 2050 te behalen.