Leestijd: 3 minuten

Crisis voorbij, maar facturen blijven liggen

Geschreven door Nico Rietdijk op 21 Mei 2014

Jeroen Dijsselbloem, de minister van Financiën, heeft onlangs de economische crisis in Nederland “als voorbij” verklaard. Deze boodschap lijkt echter op de financiële administraties van bedrijven én (lagere) overheden nog niet te zijn doorgedrongen. Daar stellen ze het betalen van facturen met gemak nog een maandje of wat uit, zegt Nico Rietdijk, directeur NVB Bouw. Met als gevolg, dat vooral kleinere bedrijven in de sector nog met bosjes omvallen.

Volgens het CBS is in april het aantal faillissementen weer toegenomen. Onder het aantal faillissementen ook weer menig bouwbedrijf, waarvoor het aantrekken van de economie te laat is gekomen. Voor veel ondernemers is het worstelen om het hoofd boven water te houden. En dan is het zuur dat ze enerzijds wel het werk zien toenemen, maar anderzijds tóch in de problemen komen omdat de opdrachtgevers exorbitant lange betalingstermijnen hanteren.

Zelf wel eerder factureren en binnengekomen facturen later betalen, is voor veel grote bedrijven nu een manier om de eigen liquiditeit op peil te houden. Zo op het eerste oog lijkt het verstandig beleid, hoewel het met de huidig lage rentestand weinig echte zoden aan de dijk zet. In werkelijkheid is het zelfs ‘boekhoudkundige gescharrel’, wat vooral voor kleine bedrijven in de sector uitpakt als een ware nachtmerrie. Zo hoorde ik laatst het verhaal over een kleine trapfabrikant. Een groot bouwconcern plaatste bij hem een flinke order. Een mooie opsteker voor dit kleine bedrijf dat direct hout in ging kopen om de trappen te fabriceren. Zoals afgesproken leverde hij twee maanden later keurig de trappen af en factureerde hij conform de afspraak de werkzaamheden. Echter, het grote bouwbedrijf hanteerde als betalingstermijn 120 dagen. Bij elkaar moest de kleine trapfabrikant dus zo’n ruime zes maanden wachten op z’n centen, terwijl de salarissen van zijn mensen tussentijds gewoon doorliepen. En dan is, zo bleek, maar een kleine tegenslag nodig en het bedrijf kon zijn deuren sluiten. En zo is het helaas gegaan.

Het is machtsmisbruik dat we al eerder kennen uit andere sectoren, waar telecom- en supermarktreuzen hun toeleveranciers voorschrijven welke tarieven zij mogen hanteren. Maar kennelijk zit nu ook in onze eigen bouwsector ernstige sleet op de betaalmoraal. Gek toch: eigenlijk wordt niemand er beter van en toch gebeurt het. De ‘kleintjes’ moeten lang voorfinancieren in een tijd dat liquiditeit toch al schaars is, met het risico dat zij kopje onder gaan. Maar ook de grote opdrachtgevers profiteren hooguit kortstondig. Immers, het moment dat de vraag weer aantrekt en zij dus hun leveranciers hard nodig hebben, komt met rasse schreden naderbij. Maar een leverancier die eenmaal failliet is doet niet meer mee.  De Engelsen hebben hier een rake beeldspraak voor: ‘penny wise and pound foolish’.

Tegelijkertijd moeten we ons realiseren dat de opdrachtgever ook een opdrachtgever heeft. En hiermee raken we de kern van het probleem. Een betaling van één factuur brengt een reeks van betalingen op gang. Dus iemand moet altijd de eerste zijn. Diegene die bovenaan de keten staat, niet zelden de overheid zelf, kan dan dat eerste zetje geven. Echter, in de praktijk zien we dat overheden en vooral lagere overheden zich slecht aan de afgesproken, en overigens door Brussel vastgestelde, betaaltermijnen houden. Jaarlijks onderzoek van het Verbond van Credit Management Bedrijven onderschrijft dit telkens opnieuw.  Volgens minister van Financiën Dijsselbloem is de economische crisis voorbij. Het zou fijn zijn als hij dit de betalingsafdelingen van de ministeries én gemeenten nogmaals op het hart drukt.