Leestijd: 4 minuten

Wetsvoorstel kwaliteitsborging is wolf in schaapskleren

Geschreven door Nico Rietdijk op 2 September 2014

Wet Kwaliteitsborging voor het bouwen. Dat is de naam van het Wetsvoorstel dat minister Blok onlangs heeft gepresenteerd. Een fraaie naam zo vinden Nico Rietdijk en Coen van Rooyen, respectievelijk directeur en jurist van NVB Vereniging voor ontwikkelaars & bouwondernemers. Daar kan immers op voorhand niemand tegen zijn? Helaas is hier sprake van een wetsvoorstel gekleed in de spreekwoordelijke schaapskleren maar in werkelijkheid een wolf. Niet alleen voor de bouwsector maar vooral ook voor de consument zelf.

Vooropgesteld, alles wat bijdraagt tot een kwaliteitsverbetering in de bouw juichen wij als NVB natuurlijk van harte toe. Maar de manier waarop minister Blok dit met zijn recente wetsvoorstel nu wil gaan afdwingen zal eerder een averechts effect hebben. Zo wil hij dat aannemers straks 20 jaar lang aansprakelijk worden voor zichtbare gebreken. Op het eerste gezicht kan je nog denken, ‘niks mis mee’. Echter, minister Blok voegt er in een enkele zin aan toe, dat de bewijslast dat het gebrek niet door ondeugdelijke bouw maar door het gebruik van de eigenaar, bij de bouwer komt te liggen. Met andere woorden bewijs als bouwer straks maar eens dat de na 15 jaar ‘ontdekte’ kras op de ruit door het gebruik komt en er niet al vanaf dag één heeft gezeten. Het gevolg laat zich gemakkelijk raden. Er zal een geweldige juridisering rond woningbouwprojecten gaan ontstaan waar alleen onze juridische vrienden wijzer van gaan worden. Voor de bühne lijkt het wellicht aardig maar in werkelijkheid biedt het slechts schijnzekerheid voor de consument.

Dat geldt eveneens voor het idee van de minister om kopers de mogelijkheid te geven om 5 procent van de aanneemsom tot vijftien maanden na oplevering vast te houden in plaats van de huidige drie maanden. Het is echt een idee-fixe te verwachten dat bouwers eventuele opleveringsgebreken dan sneller gaan herstellen. Integendeel, men rukt niet voor elke reparatie uit maar spaart het uit kostenaspect op.  Onderzoek door het Molengraaff instituut heeft dan ook uitgewezen dat dit helemaal geen stok achter de deur is. Tegelijkertijd betekent het verlengen van de termijn met maar liefst een jaar weer een nieuwe uitholling van de liquiditeitspositie van bouwbedrijven. Eén ding is zeker: de woning wordt er niet goedkoper op.

Werken de twee voorgaande voorstellen al niet bij tot een verbetering van de kwaliteit. Zijn derde voorstel om de huidige garantieregeling op de schop te nemen, zal helemaal een averechts effect krijgen. De minister wil dat alle aannemers de consument een garantieverzekering aanbieden. In 85 procent van de gevallen doen bouwers dat al. Zij bouwen bijvoorbeeld onder garantie van Woningborg en SWK. Echter, de consument mag vervolgens straks zelf gaan kiezen of hij de aangeboden garantie wel of niet wil aanvaarden. De gevolgen zijn niet te overzien. Want stel nu bij de bouw van een appartementencomplex, dat de kopers van de woningen op de tweede etage de verzekering afwijzen en die op de derde etage er wél voor kiezen. En stel de bouwer gaat failliet. Hoe is dan zo’n project te verzekeren? De kopers op de bovenste verdieping zullen terecht bij de verzekeraar aankloppen. Maar wat kan die doen? In feite creëert de minister met z’n voorstel een nieuw ‘Bos en Lommer’ in de toekomst. De grote makke van dit Amsterdamse dramaproject enkele jaren geleden was immers, afgezien van een menselijke fout, gelegen in een belabberde en trage oplossing van gebreken. En dat had weer te maken met het feit dat de deelprojecten ervan anders waren gecontracteerd én verzekerd. Dat nooit meer hebben we toen gezegd. En terecht.

Kortom, het voornemen van de minister voor de vrije keuze van de consument om de verzekering wel of niet te aanvaarden zal het huidige waarborg- en garantiesysteem compleet op z’n kop zetten. En waarom? In de crisis waar we nu langzaam maar zeker uit komen zijn vele honderden bouwbedrijven over de kop gegaan. Heeft de minister ergens gelezen over een woning die door een faillissement van een bouwer niet is afgebouwd? Natuurlijk niet. Simpelweg omdat we het met onze huidige regelingen goed voor elkaar hebben. En als de minister vindt dat 85 procent van de woningen onder garantie te weinig is, dan kan hij zich beter richten op het over de streep trekken van die resterende vijftien procent.

Nieuwbouwwoningen moeten kwalitatief goed zijn. Daar hebben kopers recht op. En alles maar dan ook alles moet in het werk worden gezet om waar nodig die kwaliteit te verbeteren. Net zo goed als dat wij van een bewindsman wetsvoorstellen mogen verwachten die goed onderbouwd zijn en dus ook kwaliteit hebben. Toch?