Leestijd: 3 minuten

...Omdat wij het beste met u voorhebben

Geschreven door Nico Rietdijk op 13 Juni 2016

Een poosje terug wilde een goede kennis van ons een bergruimte bij zijn huis kopen. Met wat eigen geld en een relatief klein bedrag, dat extra van de bank moest worden geleend, zou de koop snel rond moeten zijn. Het huis, waarvan de hypotheek goeddeels was afbetaald, zou door toevoeging van de bergruimte ook nog eens flink in waarde stijgen.

Helaas. Al in het eerste gesprek met de afdeling hypotheken kreeg onze kennis de deksel op de neus. Om er immers voor te zorgen dat consumenten zich niet meer in onverantwoord hoge schulden zouden kunnen steken, zijn de hypotheeknormen de afgelopen jaren fors aangescherpt. Op grond van zijn inkomen kon onze kennis daarom geen cent extra meer lenen.

Voor toezichthouders moet dit verhaal wellicht als ‘muziek’ in de oren klinken. De Gedragscode hypothecaire financiering heeft hier immers precies gedaan wat het moest doen. Namelijk: huizenkopers tegen zichzelf in bescherming nemen en hen behoeden voor ‘het grote kwaad’ dat hypotheeklening´ heet.

Of toch niet…?

De kennis verzuchtte tegen de bankmedewerker van de afdeling hypotheken, dat het toch wel érg vervelend was dat die bergruimte nu aan zijn neus voorbij ging. “Was er dan echt geen andere mogelijkheid?” Enige tijd  later rekende een medewerker van de afdeling ‘persoonlijke leningen’ voor dat de bank het benodigde bedrag toch wél kon uitlenen, mits ze het geld maar als ‘persoonlijke lening’ zouden bestempelden en niet als hypotheeklening. Geen onderpand voor de bank dus, geen controle waar het geld aan zou worden uitgegeven, en tegen een veel hogere rente dan betaald zou zijn als een hypotheeklening was verstrekt.

“Maar,” vroeg de kennis “Ik verdien dus niet genoeg om mijn hypotheeklening op te hogen, maar ik verdien wel genoeg om precies hetzelfde bedrag als persoonlijke lening te krijgen?”

“Ja meneer” antwoordde de bankmedewerker “onze overheid en onze toezichthouder hebben immers het beste met u voor”. Het cynisme bij de bankmedewerker droop er bijna van af.

Gelukkig is dit beetje flexibiliteit er bij de banken tenminste. Echter hoe lang nog? Want best mogelijk dat - juist door dit soort praktijkgevallen - nieuwe ‘acties’ in voorbereiding zullen worden genomen. Acties dus waarbij uiteindelijk ook deze aanvullende vormen van krediet er aan zullen moeten geloven. Toch zou de regering er liever goed aan doen eerst nog eens goed te kijken waarom destijds de Nota Eigen Woningbezit (1956) werd geschreven. Deze was juist bedoeld om mensen met middeninkomens en bescheiden vermogen financieel minder kwetsbaar te maken. Door hen in staat te stellen via de aankoop van het eigen huis vermogen op te bouwen. ‘Achteraf sparen’ noemde men dat toen. En misschien was die oude filosofie zo gek nog niet. In elk geval verre te verkiezen boven het louter focussen en eenzijdig uitvergroten van de eventuele financiële risico’s, zoals nu helaas steeds vaker het geval is. Het is precies het verschil tussen ‘ondernemend investeren’ en angstig boekhouden’.

En onze kennis? Die begrijpt er intussen niets meer van. “Als ik de bank zelfs goed begrijp zou ik nú mijn eigen huis niet eens meer kunnen kopen. Ik zou te weinig verdienen. Snap je dat nou?” Onderwijl woont hij er met z’n gezin al heel wat jaartjes met veel plezier en bouwt hij door z’n jaarlijkse aflossing ook nog vermogen op. Wel zo handig voor later.

Hij nog wel.

Maar al die anderen straks….? Omdat zij het beste met u voor hebben.