Wonen, bouwen en makelaars

Nico Rietdijk

Leestijd: 0 minuten

Geschreven door Nico Rietdijk op 06-12-2016

De crisis op de woningmarkt is nog maar net voorbij, of hij dreigt alweer oververhit te raken. De huizenprijzen stijgen hard. Vooral in onze hoofdstad is er sprake van een complete ‘gekte’ op de woningmarkt. Door het sterk gedaalde aanbod worden hier de koopwoningen in gemiddeld 25 dagen verkocht tegen bedragen die gemiddeld bijna 17.000 euro  boven de vraagprijs liggen. Maar ook steden als Utrecht, Leiden, Haarlem en Rotterdam noteren inmiddels fikse prijsstijgingen, en verkoopprijzen die niet zelden ver boven de vraagprijzen liggen.

Die enorme belangstelling heeft een keerzijde. En die keerzijde is dat de betaalbaarheid voor vooral starters onder druk komt te staan. En eerlijk gezegd spelen makelaars hier niet altijd een even plezierige rol in. Zo heb ik zelf  een tijdje jonge mensen in hun zoektocht naar een huis gevolgd. Na vele bezichtigingen viel mij telkens hetzelfde patroon op waarbij makelaars in de grote stad steevast hun woningen voor starters te laag in de markt zetten. Vervolgens wordt er dan een open huis op touw gezet en de ‘goedkope’ woning trekt als een magneet overweldigend veel belangstellenden.

“Je mag één keer bieden en degene met het hoogste bod en de grootste financiële zekerheid krijgt dit huis.”

Dan liep ik met zo’n jonge knul of meid met twintig tot dertig anderen, vaak ook met de ouders, door een huisje van 60 vierkante meter, en dan zei de makelaar “Je mag één keer bieden en degene met het hoogste bod en de grootste financiële zekerheid krijgt dit huis.” En zo hebben mijn jonge vrienden heel wat woningen met een vraagprijs van 150.000 euro voor uiteindelijk verkoopbedragen van 170.000 euro of (veel) meer aan hun neus voorbij zien gaan. En dat terwijl zij zelf ook flink boven de vraagprijs boden.

“want een amateur-starter redt het anders echt niet in de grote stad”

Mijn grootste grief is dat deze makelaars in de grote stad slecht communiceren. Een woning bewust te goedkoop in de markt zetten en vervolgens tijdens een ‘open huisactie’ onder de kandidaten zoveel mogelijk onzekerheid creëren, dat lijkt hun voornaamste bijdrage te zijn. Intussen lezen wij in diverse media welk advies deze makelaars hun potentiële kopers meegeven. Zij adviseren bijna allemaal een aankoopmakelaar, “want een amateur-starter redt het anders echt niet in de grote stad”. Ja dank je de koekoek, zo kun je natuurlijk prima je eigen business overeind houden. Je creëert bewust gebrek aan transparantie en verdubbelt zo je eigen omzet.

Het lijkt een succesvolle strategie van deze makelaars, maar tegelijk is het de vraag hoe lang die nog houdbaar is? We leven nu eenmaal allemaal in een tijd dat vernieuwing en innovaties aan de orde van de dag zijn. Word je uiteindelijk als sector door dit gedrag niet nóg gemakkelijker een prooi voor gamechangers en disruptie? Het lijkt mij slechts een kwestie van tijd of anderen storten zich op de makelaardij.

Wat overigens voor makelaars geldt, geldt uiteraard ook voor onze eigen bouwkolom. Ook hier zie ik nu op diverse plekken ‘pure gekte’ terugkomen. Zo sprak ik laatst een bouwer die tevergeefs wachtte op een groepje metselaars, die op het laatste moment doodleuk vertelden elders voor een tientje meer aan de slag te gaan.

Voor mij zijn dit soort ontwikkelingen er het overduidelijke bewijs van dat er snel meer evenwicht op de woning- en bouwmarkt moet komen. Bijvoorbeeld door echt vaart te maken met de bouwproductie. Het rapport ‘Heidewitzka, vooruit geef gas’  dat hoogleraar Friso de Zeeuw samen met onderzoeker Rink Drost in opdracht van NVB Bouw heeft gemaakt, geeft hier uitstekende aanzetten toe. Als het verleden ons namelijk één ding heeft geleerd, dan is het wel dat een overspannen markt altijd tot excessen leidt. Simpel; het geeft mensen de ruimte hun creativiteit de verkeerde kant op te sturen. En dat is toch het laatste wat we willen.