Samen de versnelling maken naar groen

Leestijd: 0 minuten

Geschreven door Nico Rietdijk op 15-11-2017

We moeten met z’n allen flink groener worden. Het nieuwe kabinet heeft ervoor zelfs een stip op de horizon gezet. In 2050 leven we met elkaar in een CO2- neutrale leefomgeving. Om dat doel te bereiken zijn de nodige piketpaaltjes reeds in de grond geslagen. Waar het om gaat, is dat we de komende jaren flink wat werk gaan verzetten. En terecht.

Nu is flink en hard werken aan woningbouwers wel besteed. Tegelijkertijd zien we dat ook de wereld van het bouwen in rap tempo aan het veranderen is geslagen. Bouwden we voor de crisis nog zoals we dat sinds mensenheugenis deden, tegenwoordig heeft iedereen de mond vol over innovaties en nieuwe industriële concepten. En tussen alle disrupties  en allerlei vormen van gamechangers is de component ‘groen’ uiteraard niet meer weg te denken. De bouw kan en wil graag een mooie bijdrage leveren. We bouwen inmiddels gasloze woningen en draaien ook onze technische hand niet meer om voor energieleverende nieuwbouwwoningen. En voor de bestaande woningvoorraad zijn bouwbedrijven volop bezig met concepten die straks kunnen worden opgeschaald.

Als sector zijn we kortom al tot heel veel in staat. Maar de kans van slagen wordt natuurlijk nog een stuk groter als we dat vanuit een gemeenschappelijke aanpak doen, waarbij we allemaal dezelfde taal spreken. Helaas zie ik in dit opzicht in de praktijk nog heel veel uitwassen van oud beleid, waarbij het aloude ‘ikke, ikke’ op de eerste plaats staat.

Ik ken legio voorbeelden van bedrijven die graag in duurzaamheid investeren. En daarvoor extra maatregelen willen treffen van laten we zeggen 15.000 tot 20.000 euro per woning. Op zich zijn veel klanten best ook bereid om voor zo’n stukje extra groene kwaliteit dit soort bedragen te betalen. Maar dat wordt al gauw anders als de gemeente vervolgens zegt: “Dank u wel. Door uw extra investeringen komen de woningen in een hogere prijsklasse en dus berekenen wij een hogere grondquote.” Het kan dan zomaar gebeuren dat een investering van aanvankelijk slechts 15.000 euro de klant uiteindelijk ruimschoots het dubbele kost en de koper aan het eind van de rit 30.000 tot 40.000 euro mag aftikken. Het is bijna niet uit te leggen. Maar helaas is deze situatie wel typerend voor heel veel gemeenten.

Dat het ook anders kan, bewijst wel de situatie in de autobranche. Wie een nieuwe auto koopt en kiest voor smallere (dus groenere) banden omdat deze een lagere rolweerstand hebben, is de bpm gelijk zo’n 1.000 tot 1.500 euro lager. Wat dus in de auto-industrie al gangbaar is, zou ook in de woningbouw meer moeten worden toegepast. Stimuleer dus duurzaamheid en milieubewustzijn. Maak groener wonen ook écht aantrekkelijker. Gelukkig zie ik dat op het punt van de financiering de vorige regering samen met DNB al wel de nodige stappen heeft gezet. Je krijgt nu immers makkelijker dan voorheen een hogere hypotheek bij de aanschaf van een ‘groene’ woning of wanneer je de woning aantoonbaar gaat verduurzamen.

Zo’n zelfde lijn zouden dus ook de gemeentebesturen, die nu nog hogere grondquotes berekenen, moeten doen. En dat kan door woningbouwplannen met een hoge duurzaamheidsambitie juist te stimuleren en zeker niet te beboeten. De toon door de nieuwe coalitie is alvast gezet. Een opschaling naar een duurzame bebouwde omgeving kan alleen als we gezamenlijk de schouders onder het gemeenschappelijke doel zetten. Dan gaan we echt groene schaalvoordelen zien. Let maar eens op.