Intensive care voor de koopstarter

Leestijd: 0 minuten

Geschreven door Nico Rietdijk op 10-09-2018

Bijna 40 jaar geleden stond ik als jonge vent op het punt om samen met mijn vrouw ons allereerste huis te kopen. Een koopappartement in Den Haag, met vier kamers inclusief woonkamer. “Heeft u kinderen?” vroeg de makelaar. “Nóg niet”, zeiden wij naar waarheid. “Dan mag ik u geen woning met vier kamers verkopen. Drie kamers is hier zonder kinderen echt het maximum.” Wij wisten niet wat wij hoorden. Deze betuttelende maatregel was toentertijd het gevolg van de enorme schaarste op de huizenmarkt. Het was er eentje in de categorie ‘pleisters plakken’.

Ook nu is de huizenmarkt weer zwaar overspannen. En ook nu klinkt hier en daar al weer de roep om de ‘verbanddoos’. Onze economie bloeit als zelden tevoren en op de huizenmarkt is dat goed te merken. Voor de bouwsector fijn natuurlijk, want dat levert veel werk op. Maar de situatie kan ook té fijn zijn. Economen spreken van een klassieke varkenscyclus: vraag en aanbod wisselen elkaar sterk af. Nog amper vier jaar terug stonden veel huizenbezitters met hun huis financieel onder water. Tegenwoordig kunnen vooral starters de hoge huizenprijzen niet meer betalen.  

Koopstarter in zwaar weer

Woningen in Nederland zijn duurder dan ooit. In slechts vijf jaar tijd zijn de woningen met ruim een derde gestegen. Gemiddeld kost een huis nu 290 duizend euro. Iets wat vooral starters steeds lastiger kunnen ophoesten. Daar bovenop komt nog een ander fenomeen dat de positie van starters verder ondermijnt: de vermogende particulier of belegger die zich als speculant op de huizenmarkt stort en zo de woningen voor de neus van de starter wegkaapt. Deze speculanten hebben vaak al een koophuis, maar kopen een tweede of derde huis om vervolgens tegen hogere prijzen te verhuren aan bijvoorbeeld expats. Dat verdienmodel zorgt er mede voor dat er nu met regelmaat extreme bedragen neergeteld worden voor kleine woningen. Vooral in de grote steden zien we dit fenomeen. In steden als Amsterdam en Den Haag kopen deze particulieren nu al één op de vijf koopwoningen en deze trend lijkt door te zetten. Het gevolg is dat veel starters noodgedwongen hun heil moeten zoeken op de huurwoningenmarkt, waar deze zelfde particuliere beleggers met gemak het dubbele aan huur vragen voor hetzelfde huis. Dit is een zeer ernstig verschijnsel dat verstorend werkt op de huizenmarkt en we met elkaar niet moeten willen. Huizen zijn om in te wonen en niet om mee te speculeren zou je denken.

“We kunnen het ons simpelweg niet permitteren dat er straks geen koopstarters meer zijn.”

Haast is geboden

Om de huidige spanning uit de woningmarkt te halen is ‘bouwen, bouwen en bouwen’ de enige juiste oplossing. Maar met een gebrek aan vakmensen en warme bouwlocaties is dat helaas geen eenvoudige opgave. De schaarse ‘handjes’ die we hebben, moeten we daarom zo effectief mogelijk inzetten op de plekken waar we het gemakkelijkst kunnen versnellen: buiten onze steden. Dat lijkt misschien kiezen voor de makkelijkste oplossing, maar het is wel de snelste oplossing. In de tussentijd ‘kopen’ we zo tijd voor de procedures die nodig zijn om in de binnensteden te bouwen en te werken aan het werven en opleiden van de extra benodigde vakmensen. We kunnen het ons simpelweg niet permitteren dat er straks geen koopstarters meer zijn. Zij vormen de basis voor een gezonde huizenmarkt in de toekomst. Met spoed intensive care dus, want met dat belachelijke ‘pleistergeplak’, zoals mijn vrouw en ik destijds hebben ervaren bij het vinden van ons eerste huis, redden we de koopstarter niet.