Gebrek aan handjes als dankbaar excuus

Leestijd: 0 minuten

Geschreven door Nico Rietdijk op 05-11-2018

Er is een enorm tekort aan huizen. Eerder dit jaar gaven wij de woningmarkt al het predikaat ‘code rood’. En het tekort loopt sindsdien alleen maar meer op. Begrijpelijk dan ook dat er gezegd wordt dat er snel en meer moet worden gebouwd. De schaarste aan woningen in diverse delen van het land zorgt voor zeer onwenselijke situaties. Starters komen door de oplopende huizenprijzen in toenemende mate letterlijk buitenspel te staan.

Deze situatie kan alleen verbeteren als we de heistellingen flinke overuren laten draaien. Maar de praktijk is helaas weerbarstiger en er staan een stuk minder bouwkranen te draaien dan we zouden wensen. Waarom? De vingers wijzen al gauw naar de bouwsector. Maar de reden is even simpel als ontnuchterend. Van de 480.000 bouwvakkers die onze sector in 2008 telde, hebben velen de bouw tijdens de crisis definitief de rug toegekeerd. Bijzonder hoogleraar woningmarkt aan de Universiteit in Amsterdam, Johan Conijn, legde onlangs in een opinie de vinger op de zere plek. Tijdens de crisis heeft het veel te strakke bezuinigingsbeleid de bouwtrein ernstig vertraagd om deze vervolgens met het opleggen van de verhuurdersheffing aan woningcorporaties nagenoeg tot stilstand te brengen.

“Wanneer we geforceerd op dat aantal van 75.000 woningen blijven duwen, lopen we het risico dat de bouwkosten nóg sneller oplopen.”

Nu de vaart er weer in brengen gaat dan ook niet zo eenvoudig. Op korte termijn gaan we de doelstelling van jaarlijks 75.000 nieuwe woningen dan ook beslist niet halen. We komen daarvoor simpelweg mensen te kort. Maar tegelijkertijd neemt ook het aantal vergunningaanvragen af en door een oplopend tekort aan haalbare bouwlocaties zal dat er niet beter op worden. Mij bekruipt steeds vaker het gevoel dat provincies en gemeenten het huidige gebrek aan handjes in de bouw te vaak als dankbaar excuus gebruiken om hun eigen straatje schoon te vegen. Ze blijven maar hameren op binnenstedelijke locaties, terwijl iedereen kan zien dat we het daarmee alleen niet gaan redden. Op dit moment zijn we hard bezig de bouwplannen uit te voeren die tijdens de crisis zijn blijven liggen. Maar wat als deze op zijn? Het is hooguit een kwestie van een paar jaar of de boel loopt op het vlak van locatiecapaciteit volledig vast. Wanneer we echter geforceerd op dat aantal van 75.000 woningen blijven duwen, lopen we het risico dat de bouwkosten nóg sneller oplopen dan de huidige 9 procent per jaar. Veel projecten zullen alleen al om die reden alsnog vastlopen. Vooral binnenstedelijke locaties zijn hier uiterst kwetsbaar voor.

Daar bovenop komt nog het toenemende aantal eisen die gemeenten aan woningbouw stellen: het moet duurzaam, circulair, gasloos en als het even kan ook nog zo hoog mogelijk. Dit alles met het idee dat de gouden tijden op de woningmarkt zijn teruggekeerd en betaalbaarheid geen issue meer is. Maar met de gestegen bouwkosten, door schaarste in de crisis gecreëerd, draagt deze opstapeling evenmin bij aan een versnelling van de woningbouw.

Om van ‘code rood’ naar op z’n minst ‘code oranje’ te komen, moeten we de handen ineenslaan om op een andere manier invulling te geven aan de bouwopgave en nóg meer inzetten op innovatie. Maar innoveren vraagt tijd en vooral ook een overheid die zorgt voor stabiele omstandigheden zonder al te grote schommelingen. Want als het gaat om innovatie hebben bedrijven daarvoor in een hoogconjunctuur vaak geen tijd en in een laagconjunctuur vaak geen geld. En als we iets van de crisis hebben geleerd dan is het wel dat diepe dalen en hoge pieken fnuikend zijn. Intussen begint de tijd wel te dringen.