Leestijd: 5 minuten

Nieuwe voorzitter Piet Adema is blij met zijn nieuwe functie

17 November 2017

Piet Adema zegt oprecht blij te zijn met zijn terugkeer in de sector waar hij tot zijn overstap naar het openbaar bestuur met heel veel liefde heeft gewerkt: de bouw. De huidige voorzitter van de ChristenUnie vindt het fijn dat hij als nieuwe voorzitter van NVB die twee werelden nu mag gaan combineren. “De maatschappelijke waarde die wij als sector hebben moeten wij veel meer laten zien.”

Iets bouwen dat min of meer een blijvende waarde heeft is wat Piet Adema in de sector aantrekt. Dat ontdekte hij al snel toen hij in de jaren negentig bij de Breman Groep ging werken. Nog voor de eeuwwisseling werd Adema regiodirecteur van VolkerWessels. “De bouwsector is een sector die heel ambachtelijk is en die ambachtelijke technieken voor de wereld van morgen inzet. Je bent daarbij vooral ook met de omgeving bezig en dat vind ik fantastisch. Er wordt wel eens gezegd dat ontwikkelaars alleen zijn gericht op bouwen maar dat is niet waar. Natuurlijk moet er worden gebouwd, er is nu eenmaal bouwvolume nodig, maar ontwikkelaars en bouwers zijn ook zichtbaar met de omgeving bezig. Projecten worden integraal ingepast. Daar wordt de omgeving ook mooier en leefbaarder van.”

Begrip creëren

Verbinden, partijen bij elkaar brengen, verschillen overbruggen, stappen naar elkaar toe zetten en ontwikkelingen op gang brengen. Zo vat Adema samen wat hij zo leuk vindt aan besturen. “Soms proberen om een organisatie of vereniging in een andere richting te krijgen, maar ook begrip creëren zie ik als onderdeel van mijn taak.” Hij geeft als voorbeeld de Ondernemersorganisatie Schoonmaak- en Bedrijfsdiensten (OSB) waar hij sinds 2015 als voorzitter de scepter zwaait. “De schoonmaaksector stond er destijds slecht voor bij de politiek. Grote opdrachtgevers hadden twijfels bij die sector en ook de verhouding met het kabinet was ronduit slecht. Dan zie ik het als een uitdaging om begrip te creëren voor een sector waar vreselijk hard wordt gewerkt en waar hele mooie dingen gebeuren, maar die kennelijk niet het imago heeft dat daaraan recht doet. Uiteindelijk heb je dan toch een verbinding nodig om een stap verder te komen.”

Deskundigheid

Tegelijkertijd ziet hij het als zijn taak om de sector ook een spiegel voor te houden. Als Adema naar NVB kijkt zegt hij in de eerste plaats een vereniging te zien waarbij de deskundigheid erg goed ontwikkeld is. “NVB heeft ook een mooie uitgangspositie waardoor de markt die deskundigheid waardeert. Met die kennis wordt ook geprobeerd om invloed op stakeholders uit te oefenen. De leden van NVB zijn ontwikkelende bouwers die bij wijze van spreken elke dag met de laarzen in modder staan. Het is ook een maatschappelijk belangrijke vereniging. Er wordt vaak over projectontwikkelaars gesproken in de sfeer van ambachtslieden en stenenstapelaars, maar ze hebben echt een maatschappelijke betekenis. Dat zij belangrijk zijn, Nederland mooier maken en ervoor zorgen dat iedereen een plek heeft om te wonen en te leven, mogen we als vereniging best wat nadrukkelijker naar buiten brengen.”

In zijn visie mogen de NVB-bedrijven nog beter aansluiting zoeken bij de wereld van morgen. “Die gaat drastisch veranderen. Neem thema’s als mobiliteit en duurzaamheid. Er ligt een grote opgave om daar op een creatieve manier mee om te gaan. Hoe zien de woonwijken van de toekomst eruit? We gaan absoluut naar een elektrische en autonoom rijdende mobiliteit. Dat heeft betekenis voor de infrastructuur maar ook voor de inrichting van woonwijken. De vergrijzing is ook zo’n thema. De technologische ontwikkelingen gaan een steeds grotere rol spelen om mensen langer zelfstandig thuis te laten wonen. Daar liggen voor onze leden enorme kansen. Op het moment dat wij daar als sector een goed antwoord op hebben kunnen we de samenleving ook een goed aanbod doen.”

Investeren

In zijn ogen moet iedereen zich ervan bewust zijn dat er in duurzaamheid moet worden geïnvesteerd. “De sector moet investeren in het aanbieden van concepten die passen bij die ontwikkeling naar ‘meer groen’. Ook de bewoner zal zich ervan bewust moeten zijn dat de energietransitie een vast onderdeel van zijn eigen omgeving wordt. En de overheid moet op haar beurt dan wel weer de voorwaarden creëren om dat alles mogelijk te maken. Dan helpt het dus niet”, voegt Adema er in één adem aan toe, “dat wanneer er een investering van 15.000 euro wordt gedaan om een duurzame woning te realiseren de woning duurder wordt en daardoor de grondquote en dus ook de woningprijs direct onevenredig omhoog gaat.

Er ligt dus duidelijk ook een verantwoordelijkheid bij de overheid. De politiek kan niet zeggen ‘jullie moeten nul op de meterwoningen bouwen’ en het daar vervolgens bij laten. Daar zitten consequenties aan vast. Consequenties in onder andere regelgeving en financiering. Als we niet met elkaar die slag maken en de overheid het alleen aan de bouwsector overlaat, dan wordt niet alleen de bouwsector tekort gedaan maar dan komen we er ook niet.”

Politieke aandacht

Adema, door zijn verschillende functies in het openbaar bestuur gepokt en gemazeld in de politiek, ziet  tegelijkertijd dat wonen niet meer de politieke aandacht heeft die het vroeger had. “De urgentie is nu kennelijk onvoldoende onder de aandacht bij politiek Den Haag. Dat is jammer. Je kunt twisten over het aantal te bouwen woningen, maar op dit moment zijn we gewoon niet in staat om voldoende woningen te bouwen. Daar moeten we het gesprek over aangaan.”

Als kersverse voorzitter zal hij er niet voor schuwen de bewindslieden hierover aan te spreken. “De minister, die ‘wonen’ in haar portefeuille heeft, zal misschien denken ‘ik heb wonen erbij’. Maar dat gaat de komende jaren toch echt een belangrijk onderwerp worden. Wat wil je nu precies met ‘wonen’? Kom eens met een goede visie hoe de sector zich de komende jaren moet gaan ontwikkelen? Geef ook ruimte aan de woningbouwsector. En doe dat niet alleen op basis van achterhaalde demografische ontwikkelingen. Ik wil met de minister ook wel het gesprek voeren over het feit dat we als sector nu aan de grenzen van onze capaciteit komen. Laten we proberen met elkaar tot een gedragen planning van de woningbouw te komen waarbij we de pieken en dalen eruit halen. Je zag het met de laatste crisis, de woningmarkt zakte in elkaar. Maar daardoor zitten we nu in een overspannen situatie waar niemand blij mee is. Ik heb de oplossing nog niet, maar ik vind wel, dat we moeten gaan kijken of we de bouwcapaciteit over een meerjarig programma kunnen verdelen. We gaan ons meer laten zien en horen in Den Haag.”