Leestijd: 3 minuten

Thermometer

Bouwdiscussie in impasse

3 April 2018

De discussie over de woningbouw in Nederland lijkt in een impasse te zijn beland. Het is zonneklaar dat we op dit moment te weinig bouwen om aan de vraag te voldoen. Er liggen onvoldoende plannen en van de plannen die er wel zijn, is het maar de vraag in welke mate ze uitvoerbaar zijn. Wie daar zijn zorgen over uitspreekt krijgt al gauw het verwijt te lobbyen voor ‘bouwen in het groen’. Zo komen we natuurlijk geen steek verder.

Vaak worden pleidooien voor meer plancapaciteit uitgelegd als een lobby voor het volbouwen van weilanden. Er wordt zo een angstbeeld opgeroepen dat we bezig zijn om de laatste restjes groen in Nederland vol te bouwen. Toch zijn de feiten heel anders. Zo rood en volgebouwd is Nederland écht niet!

Volgens de officiële CBS-statistiek is er in Nederland circa 87% open ruimte, dus agrarisch gebied, bos, natuur en water. En zelfs in de meest volle provincie (Zuid-Holland) ligt er nog altijd 77% aan open areaal. Om in de komende decennia iedereen netjes te huisvesten hebben we hooguit 1% á 2% van het landbouwareaal nog nodig. Dat is dus echt wat anders dan “de laatste restjes groen volbouwen,” zoals wel wordt gezegd.

Nederland komt momenteel een slordige 200.000 huur- en koopwoningen te kort. Vooral starters en ouderen raken in de knel, omdat er hierdoor geen geschikte en betaalbare woningen meer voor hen zijn. Daarom zijn er de komende jaren gemiddeld nog zo’n 80.000 nieuwe huur- en koopwoningen jaarlijks nodig om aan de vraag tegemoet te komen. In de steden alleen gaat dat niet lukken. Binnenstedelijk bouwen is complex, kost jaren, zo niet decennia aan doorlooptijd en is (mede daardoor) duur. En de overheid stimuleert dit niet meer met subsidies.

Uit onderzoek blijkt dat veel gezinnen graag traditioneel wonen, dus in een huis met een tuin in een wijk met groen en veilige stoepen waar kinderen kunnen spelen. Dat kan meestal niet meer in de stad, waar de bouwopgave steeds meer de richting van ‘hoger en dichter op elkaar’ gaat. En willen we het laatste stedelijke groen wel opofferen voor huizen?

Nu al laten vooral de stedelijke gebieden in de Randstad wat dit betreft teleurstellende cijfers zien, zo blijkt uit de nieuwe editie van de door de Rabobank en Universiteit van Utrecht ontwikkelde Brede Welvaartsindicator. Economische groei is namelijk niet het enige wat ons welzijn bepaalt. Ook gezondheid, inkomen, onderwijs, veiligheid, milieu en geluk zijn van belang. Des te meer reden om voorzichtig te zijn met het nóg verder verdichten van onze steden. Laten we liever dat stedelijke parkje koesteren en voorzichtig zijn met in de binnenstad nog dichter en hoger te bouwen.

Veel te lang zijn de tegenstellingen gezocht tussen de rode en de groene lobby. Laten we nu zowel binnenstedelijk als buitenstedelijk naar oplossingen zoeken. Bijzonder hoogleraar sociale demografie, Jan Latten, zei het onlangs treffend: “Als de bevolking tevreden wil leven, dan moeten we de buurt en de omgeving niet in de plannen vergeten. Het gaat uiteindelijk niet alleen om stenen stapelen, maar om het sociale cement dat er tussen zit… Binnenstedelijk of aan de randen van de steden, mensen worden gelukkiger als ze binding voelen met de buurt.”

Dit artikel is afkomstig uit de Thermometer Koopwoningen, voorjaar 2018.