Leestijd: 1 minuut

Blok haalt met wetsvoorstel Paard van Troje binnen

Geschreven door Nico Rietdijk en Coen van Rooyen op 1 Juni 2016

Voorburg, 1 juni 2016 - Het wetsvoorstel Kwaliteitsborging voor het bouwen is door de minister op een aantal punten flink verbeterd. Maar op het punt van de aansprakelijkheidswijziging en op het punt van de leges bij vergunningverlening is het voorstel nog niet genoeg uitgewerkt. Hierdoor leiden de voorgestelde maatregelen helaas tot veel meer bureaucratische rompslomp, waarvoor de consument uiteindelijk de rekening gepresenteerd krijgt.

Dit schrijft NVB, Vereniging van Ontwikkelaars & Bouwondernemers in een brief aan de leden van de Commissie Wonen en Rijksdienst van de Tweede Kamer. Hoewel ook de brancheorganisatie de verantwoordelijkheid voor producten bij de bedrijven wil leggen, schiet het huidige voorstel op het gebied van de aansprakelijkheidswijziging zijn doel flink voorbij.

Vooral het feit dat de koper straks 20 jaar lang voor zowel verborgen als zichtbare gebreken bij de bouwer kan aankloppen is voor NVB onaanvaardbaar. Daarmee loopt Nederland ook flink uit de pas met de ons omringende landen. Het gevolg hiervan is echter wel dat woningen duurder gaan worden. Immers, in de nieuwe situatie moet de bouwer gedurende 20 jaar lang bewijzen dat een eventueel gebrek niet aan hem is toe te rekenen. Om dat te kunnen doen moet hij per individueel geval een uitgebreid dossier bijhouden. Niet alleen van de uiteindelijke woning maar ook van alle processtappen én besluiten die tot de bouw van de woning hebben geleid. Linksom of rechtsom zullen de kosten daarvoor in de prijs van het huis worden verwerkt.

Ook het feit dat de Minister geen maatregelen neemt om verhoging van de legestarieven te voorkomen stelt erg teleur. De angst is namelijk, dat de leges voor de bij de gemeente achterblijvende diensten zoals de Ruimtelijke Ordening- en de welstandstoets, omhoog gaan en als dat gebeurt krijgt de klant straks dus dubbele toetsingskosten gepresenteerd.

In de brief doet NVB een aantal aanbevelingen. Zo moet de verjaringstermijn van twintig jaar teug naar maximaal tien jaar, moet de regeling niet als dwingend recht worden ingevoerd, moet de definitie van het begrip ´gebrek´ worden verduidelijkt en is in het voorstel nu nog onduidelijk waarop een zichtbaar gebrek redelijkerwijs uiterlijk moet zijn gemeld.

Lees hier de brief